Invoegen is een bijzondere manoeuvre

In module 3 van de RIS rijopleiding wordt je getraind om vaardig te worden in het oplossen van complexe verkeerssituaties, zoals het invoegen en uitvoegen op snelwegen. Deze manoeuvre komt vaak voor in het verkeer en zorgt bij een incorrecte uitvoering voor onveilige situaties, soms met grote gevolgen!

Omdat het verkeer op snelwegen dynamisch is en de snelheden hoger liggen dan in de bebouwde kom, zal het veel oefening vergen om deze bijzondere manoeuvre vlot, veilig en zelfstandig uit te kunnen voeren. Dit betekent in de praktijk, dat in het RIS script 33, invoegen, de set van regels, goed zal moeten worden toegepast.

Deze set van regels bestaat uit:
Ruimtekussen
Voordat je de snelweg oprijdt, heb je vaak te maken met een scherpe bocht naar de invoegstrook toe. Belangrijk is dan, om zo ver mogelijk vooruit te kijken en voldoende afstand te houden op bijv. je voorligger. Je kunt dan ook al zien hoe de rijlijnen lopen en wat je positie op de weg moet zijn.

Kijken
Op de toerit naar de invoegstrook toe begin je al met het observeren van het verkeer dat op de rijbaan rijdt. Je hebt dan alvast een indruk of het druk is op de snelweg en met welke snelheden er wordt gereden.

Scan
Je bent continue aan het scannen vanwege de wisselende snelheden en het aanbod van verkeer op de snelweg. Je kijkt waar de vrije ruimte is of waar deze gaat ontstaan. Je kijkt afwisselend vooruit, in de binnenspiegel, in de linker buitenspiegel en naast je linkerschouder om de dode hoek te controleren.

Voor laten gaan
Zoals in de titel al is aangegeven, is invoegen een bijzondere manoeuvre. Dit betekent dat je het andere verkeer op de snelweg niet mag hinderen en/of in gevaar mag brengen. Je zult je snelheid dus moeten aanpassen aan het overige verkeer om veilig in te kunnen voegen.

Richting aangeven
Wanneer je kunt invoegen, geef je richting aan met je richtingaanwijzer. Stuur dan niet direct de snelweg op, maar wacht een paar seconden. Andere weggebruikers kunnen daar dan op anticiperen. Je kunt altijd nog een later moment kiezen om in te voegen, wanneer de gelegenheid zich voordoet.

Sturen
Stuur in een vloeiende en rustige beweging naar de rijstrook van de snelweg. Bij direct en snel sturen verhoog je de kans op slipgevaar bij hogere snelheden en dit kan voor verwarring zorgen bij de andere weggebruikers. Bovendien voorkom je dat je per ongeluk direct doorschiet naar de linkerrijstrook.

Ruimtekussen
Direct na het invoegen kan het voorkomen dat je ruimtekussen minder is geworden. Pas je snelheid daarom aan het overige verkeer aan en check je spiegels om te controleren of je wordt ingehaald.

Mocht je geconfronteerd worden met een zeer korte invoegstrook en druk verkeer op de snelweg, dan is het beter om te wachten aan het begin van de invoegstrook tot er meer ruimte gaat komen, in plaats van snel in te voegen en medeweggebruikers mogelijk te verrassen, of dwingen om ook te schuiven.

Benut de invoegstrook over voldoende afstand, je hebt dan voldoende tijd om goed te scannen en je snelheid aan te passen aan het overige verkeer. Wanneer je moet invoegen in een file, zoek dan oogcontact met je medebestuurders en vraag om in te mogen voegen door richting aan te geven.

Weefvakken
Bij zogeheten weefvakken heb je te maken met invoegende en uitvoegende bestuurders. Deze kom je tegen bij drukke verkeersknooppunten en bij gelijktijdige op- en afritten van de snelweg. Uitvoegende bestuurders gaan in de regel voor invoegende bestuurders, omdat hun snelheid over het algemeen hoger ligt dan bij de invoegende bestuurders. Goed om te weten! Ook hier geldt, dat je per situatie bekijkt wat in de praktijk het meest handig is. Los het met elkaar op!

Wat niet is toegestaan, is om aan het einde van de invoegstrook de vluchtstrook te gebruiken. Dit kan levensgevaarlijk zijn, vooral wanneer een voertuig met bijv. pech op deze vluchtstrook staat. Bovendien moet de vluchtstrook vrij blijven voor de evt. hulpdiensten. Zorg er altijd voor dat je de verkeerssituatie op tijd kunt overzien en ook een inschatting kunt maken van de beschikbare ruimte en de snelheid van het overige verkeer, voordat je met het daadwerkelijk invoegen gaat beginnen.

Door het invoegen veelvuldig te oefenen zul je daar steeds meer “feeling” bij krijgen en steeds beter begrijpen hoe andere bestuurders reageren op jouw bijzondere manoeuvre. Daarmee voorkom je dat je in een situatie terecht komt zoals de bestuurder van het blauwe bestelbusje in bijgaand filmpje.